Thursday, November 20, 2014

De anti-Turkse gruwelpropaganda: een ware goudmijn (II)

(deel I)

In tegenwoordigheid van de Mohammedaansche bevolking, werden zij achter het Amerikaansche college terecht gesteld. Ik heb met eigen oogen gezien hoe stuiptrekkende stervenden, om nog niet van lijken te spreken, overgeleverd waren aan de mishandelingen van een barbaarsche bevolking; men trok hen aan handen en voeten, en om de Mohammedaansche menigte te amuseeren schoten de agenten van politie en de gendarmen een half uur lang hun revolvers af op de vreeselijk verminkte lijken.

Bovenstaande is een getuigenis van een Duitse spoorwegbeambte die vreselijke misdaden beschrijft die Turken op Armenen plegen.(Duitsers waren als bondgenoten actief in het Ottomaanse Rijk, onder andere in de Bagdad-spoorlijn)

Dit ongeloofwaardige verhaal is één van de vele barbaarse misdaden die deze 'getuige' opsomt*. In de ene na de andere pagina doet hij uit de doeken wat voor een beestachtige misdadigers die Turken wel niet waren en dat hij dat allemaal met eigen ogen zou hebben gezien. Het is alsof hij met een aantekenboek of camera overal opduikt waar die misdaden zouden zijn gepleegd.
* Soortgelijke element van eindeloos overal misdaden van de Turken vastleggen kom je ook tegen in het werk van de fantasie-Arabier Fa'iz El-Ghusein.

Dat deze hele scene verzonnen is ligt voor de hand (zie ook het element van Turken die lol maken bij bedrijven misdaden). Het verhaal* is opgetekend in een publicatie van een Nederlandse hulporganisatie uit 1918.
* Te vinden op pagina 214 in 'Marteling der Armeniërs in Turkije - naar berichten van ooggetuigen'. Uitgave van 'Het Nederlandsche Comité tot Hulpbetoon aan de noodlijdende Armeniërs'.

Het boek wemelt van ene na andere vreselijke misdaden op Armenen die Turken op ze plegen. Vaak zijn de getuigen anoniem. (poging controle echtheid bemoeilijken, tevergeefs gezien de duidelijk verzonnen elementen)
Je komt er ook de meest krankzinnige beweringen van getuigen tegen zoals Turken die als vampiers bloed drinken van hun slachtoffers (pagina 78) of Armenen die uit de dood herrijzen (pagina 81). Of een getuigenis van massaal afgehakte kinderhandjes, zodanig veel "dat er een weg mee geplaveid kon worden" (pagina 233).


UPDATE 21 augustus 2015:
Dit werk blijkt de Nederlandse vertaling van het werk van de fraudeur Johannes Lepsius.

Waarom zou zo’n hulporganisatie zulke verhalen verkondigen? Het antwoord was in het boek te vinden. Er was daarin een afscheurbare kwitantiebon ingevoegd, voor het overmaken van geld voor de arme Armenen.


Ik weet niet hoeveel geld er zo door deze Nederlandse hulporganisatie is opgehaald, maar hun evenknieën in de Verenigde Staten, de Near East Relief (NER), had met zulke gruwelverhalen gigantisch veel geld binnengesleept.

Inspelen op christelijke sentimenten was de hoofdmoot van zulke verhalen die NER* verspreidde. Dat de arme medechristenen onder de wrede barbaarse moslimTurken ontiegelijk leden en dringend hulp nodig hadden.
* Tot kort na de Eerste Wereldoorlog heette het ‘American Committee for Armenian and Syrian Relief’. Erna in 1919 'Near East Relief' (vrij vertaald ‘Hulporganisatie voor het Midden-Oosten'). In 1930 nam het weer een andere naam aan: ‘Near East Foundation’ (NEF). 
Dat de aartsleugenaar en felle Turkenhatende Henry Morgenthau aan de basis lag van deze organisatie was een veeg teken.

Hieronder voorbeeld van een door NER georganiseerde film uit 1919. Er werd afgesproken dat alle winst bestemd zou worden voor hun projecten. Inspelend op christelijke sentimenten werd er zo 30 miljoen dollar binnengesleept. We praten over omgerekend bijna 350 miljoen dollar ($ 348,84 miljoen, op basis van 1919-dollars).


Het geld stroomde zo met de bakken binnen waardoor tussen 1915-30 de Near East Relief 117 miljoen dollar kon uitgeven. Omgerekend naar huidige waarde praten we over ruim 1,8 miljard dollar ($1,839 miljard)*.
* Tussen 1915-1921 bedroeg de hulp 70 miljoen dollar (‘Near East Relief Has Saved 1,000,000 ’, New York Times van 16 juli 1922). Tussen 1922-30 dan 47 miljoen dollar. (ik neem 1922 als begin omdat publicatiejaar 1922 is)
Daar ik geen informatie heb van de per jaar bestede hulp over die tweede perioden heb ik het gemiddelde genomen (1915-21: $10 mln per jaar, 1922-30: $5,2 mln per jaar).
Via http://www.usinflationcalculator.com/ kun je dan huidige waarde van de hulp bepalen.


Gemiddeld had de NER zo zeker (omgerekend) bijna 115 miljoen per jaar binnengehaald. Het was dus een ware geldmachine. Een machine die draaide op haat en perverse leugens.


(deel III)

Thursday, November 13, 2014

De anti-Turkse gruwelpropaganda: een ware goudmijn



Gruwelverhalen zijn verhalen waarin beestachtig wrede taferelen worden beschreven.

De gruwelverhalen waarin de Turken als wrede personages opgevoerd werden kwamen hier eerder aan bod*. In deze verzonnen verhalen plegen de Turken de meest weerzinwekkende misdaden die je je maar kan voorstellen. De bedoeling ervan is de Turken als beestachtige harteloze schurken neer te zetten.
* Zie met name de series ‘Kenmerken van de Armeense gruwelpropaganda’ en ‘De Britse Leugenfabriek’. 
Het recentste uit de duim gezogen gruwelverhaal besprak ik in ‘De moeder van alle leugens’.

In christelijke Europees literatuur werden Turken er eeuwen mee door het slijk gehaald. Dit omdat ze rivalen waren, rivalen op politiek en religieus vlak.

Toen paus Urbanus II in 1095 opriep tot de Kruistochten beschreef hij immense gruweldaden die Turken op christelijke pelgrims zouden hebben uitgevoerd. Een voorbeeld: (bron: ‘De Kruistochten - toen de haat begon’)
Volgens de paus werden de christelijke pelgrims gemarteld, waarbij zover werd gegaan dat hun de buik werd opengesneden, een uiteinde van de ingewanden aan een stok genageld en de stervende slachtoffers met een zweep gedwongen om de paal heen te lopen totdat de darmen er omheen gewikkeld waren.

De paus probeerde zo het religieuze vuur aan te wakkeren voor de strijd tegen de ongelovigen uit het oosten. (In de middeleeuwen slikte het volk zulke overduidelijk verzonnen beschuldigingen. Zeker als het door de hoogste man van de kerk werden geuit) 

Toen de Ottomaanse Turken in 1529 Wenen belegerden kwam die anti-Turkse gruwelpropaganda weer op gang. Behalve de grondlegger van de protestantse kerk Luther, deed de zogenaamde ‘humanist’ Erasmus driftig mee in het preken van haat tegen de Turken.


Een afbeelding uit die periode. Een Ottomaanse soldaat houdt een aan zijn speer gespietste kind in de lucht. We kennen dit beeld uit de Britse oorlogspropaganda. Die zou dus zulke middeleeuws materiaal recyclen tegen hun oorlogsvijanden. 

(te vinden op 22:04 in “Die großen Schlachten- Teil 1/4 1529- Die Türken vor Wien”)


Deze tegen de Turken gerichte propaganda dook weer op toen Armenen zich van het Ottomaanse Rijk probeerden af te scheiden in de 1890s. Politici, geestelijken en anderen sprongen voor ze op de bres. Met middeleeuwse verhalen probeerde men de Turken te slijten als barbaarse misdadigers en dat de Armenen daarom het recht hadden om een eigen staat te krijgen.

In de Eerste Wereldoorlog werden die eeuwen aan ervaring opgedane gruwelpropaganda weer van stal gehaald (zie voor indruk de aan begin vermelde series).

Deze verhalen hebben ook een financiële kant. Door Turken door het slijk te halen stroomt namelijk het geld met bakken binnen. In deel II zal ik de miljarden bespreken die op die manier is verdiend door de Amerikaanse hulporganisatie Near East Relief.

(deel II)

Wednesday, November 5, 2014

Het Ottomaanse Rijk in oorlog (5 november 1914)


In augustus 1914 brak voor de Turken het moment van de waarheid aan. Ze kozen toen definitief de kant van Duitsland.

De Turken maakten zich geen illusies over wie hun ware vijand was: de vijanden van Duitsland waren ook hun vijanden. Vijanden die al decennia uit waren op de vernietiging van hun rijk.

Allereerst sloot het Ottomaanse Rijk op 2 augustus 1914 een geheim alliantieverdrag met Duitsland. Waarschijnlijk wilden de Turken zo eerst hun troepenmacht opbouwen voor ze zich in het strijdgewoel zouden mengen. Ze hadden immers sinds 1911 meerdere oorlogen achter elkaar moeten voeren*. Meteen erna zich storten in een nieuwe oorlog was zeker niet strategisch.
* Tussen 1911-1913 bevochten de Turken hun vijanden in drie oorlogen (in Afrika en op de Balkan).

Nadat Duitsland de oorlog verklaarde aan Groot-Brittannië nam die op 5 augustus de door de Turken bestelde oorlogsschepen in beslag. De Reşadiye (Reshadiye) en de Sultan Osman I waar de Turken zich blauw aan hadden betaald, wilden de Britten voor eigen gebruik hebben zonder zelfs maar te denken aan financiële compensatie. De Britten hadden vanaf het begin bijbedoelingen gehad met deze schepen. Sedert mei 1914 traineerden ze de levering ervan met smoesjes tot ze het gratis in handen konden krijgen*.
* Alhoewel de Reşadiye in mei 1914 al gereed was, zeiden de Britten dat ze ‘Griekse plannen hadden onderschept' om het schip onderweg te laten zinken met een onderzeeër. En dat het veiliger zou zijn als het pas na gereedkomen van de Sultan Osman I gezamenlijk naar huis voeren.

Links de HMS Erin, de van de Turken gestolen Reşadiye. Rechts het andere gestolen schip, de tot HMS Agincourt omgedoopte Sultan Osman I.
 
Dit zette natuurlijk kwaad bloed bij de Turken. Die gaven kort erna antwoord. Op 11 augustus 1914 zochten de Duitse oorlogsschepen Goeben en Breslau hun toevlucht in Turkse territoria (ze werden achtervolgd door de Britse marine). Beide schepen werden samen met de Duitse bemanning opgenomen in de Ottomaanse vloot na omgedoopt te zijn tot de Sultan Selim en Midilli. Erna blokkeerde de Britse vloot de Dardanellen.

Dit zette het Ottomaanse Rijk ertoe om verder te gaan met zijn pro-Duitse koers. Duitse militaire experts werden aangesteld om de verdediging van de Dardanellen op zich te nemen*.
* Zoals generaal Liman von Sanders die benoemd werd tot commandant van het Ottomaanse Eerste Leger (die Gallipoli onder zijn hoede had).

Tot nu toe bleven het bij vijandig gedragingen over en weer. Maar op 29 oktober 1914 zouden de eerste schoten vallen. In een pre-emptive strike sloegen de Duitsers varend onder de Turkse vlag toe. Een kleine vloot met de Sultan Selim en Midilli bombardeerden Russische oorlogsschepen in de havens van onder meer Odessa. 

Hierna volgden in rap tempo de oorlogsverklaringen. Op 2 november 1914 verklaart Rusland de oorlog aan het Ottomaanse Rijk. Frankrijk en Groot-Brittannië volgen op 5 november.
(Groot-Brittannië maakt van de gelegenheid gebruik om meteen meer van de Turken te stelen: ze annexeren Cyprus die ze in bruikleen van de Turken hebben)


Vanaf die datum zijn alle kaarten geschud en is er geen twijfel meer over wie vriend en vijand is.


Ottomaanse soldaten maken zich gereed voor de strijd.










 
(Als datum neem ik 5 november 1914 omdat vanaf toen alle hoofdrolspelers officieel met elkaar in oorlog waren: Het Ottomaanse Rijk met aan hun zijde Duitsland en Oostenrijk-Hongarije tegen Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland)






Gerelateerde artikelen: