Wednesday, April 10, 2013

De Britse Leugenfabriek



De eeuwenlange anti-Turkse propaganda van Europa bereikte in WO1 één van haar hoogtepunten. De Britse oorlogspropaganda speelde daarbij een cruciale rol. Zoals gebruikelijke werden de Turken in die propaganda afgeschilderd als barbaren en schurken.
Omdat deze Britse propaganda de fundamenten legde voor de huidige Armeense genocide-aantijgingen, zal ik er dieper op ingaan.

Om het moreel onder de soldaten hoog te houden en goodwill voor de oorlogsinspanningen te kweken bij het publiek, werden de Britse tegenstanders gedemoniseerd. 

In de publicaties van de Britse staat zette men ze neer als wrede gewetenloze schurken. De kranten deden eveneens mee in deze campagnes tegen de oorlogsvijanden, zo konden ze ook hun vaderlandsliefde tonen.

Aanvankelijk was Duitsland het doelwit van de Britse oorlogspropaganda. Maar later kwam het Ottomaanse Rijk in het vizier van de Britten.

Britse oorlogsposter waarin een Duitse verpleegster een
krijgsgevangene die om water vraagt wreed bejegend.

(Over de naam de Leugenfabriek:
De Britse oorlogspropaganda werd gecoördineerd door de afdeling genaamd Wellington House. Arnold Toynbee, de bekendste medewerker, noemde die afdeling 'the Mendacity Bureau'. Vrij vertaald: 'De Leugenfabriek').




- Lees verder in deel II

Friday, April 5, 2013

Wanneer fantasten ‘wijze mannen’ worden genoemd



De Turkse regering is bezig om met de PKK een definitieve vrede te sluiten. De PKK is de Koerdische terreurbeweging die sinds 1984 dood en verderf zaait in Turkije*. Het probeerde er tevergeefs een Koerdische staat te stichten. Deze terreurbeweging heeft daarbij 40-50.000 slachtoffers op zijn geweten gehad.
* Als onderdeel van de Duizendjarige Oorlog geniet de PKK overal in Europa steun. Om enkele Europese staten te noemen die de PKK huisvesten en supporten: Denemarken, Duitsland, België, Frankrijk en zelfs Nederland.

Om dit vredesproces in goede banen te leiden en steun onder de Turkse bevolking te krijgen, is er een commissie van wijze mannen (en vrouwen) benoemd. De leden komen uit diverse Turkse regio’s.

Minstens twee leden zijn de screening op één of andere bizarre reden doorgekomen. Het betreft Baskın Oran (Egeische regio) en Murat Belge uit de Zuid-Oostelijke regio. 
Baskın Oran en Murat Belge, Armeense slaven.

Voorgaande twee hebben de Armeense leugens en fantasieverhalen fanatiek zitten te promoten. Wie fantasie en feiten niet van elkaar kan onderscheiden heeft nimmer het recht om wijze man (of vrouw) genoemd te worden. De verantwoordelijken in het samenstellen van deze commissie hadden zich dat moeten realiseren.

Een ander tekortkoming van de samenstellers is de betekenis van wat deze twee promootten. De mentaliteit die schuilgaat achter wat deze Armeense slaven verkondigden is diezelfde als die van de Armeense genocide-terroristen. Die mentaliteit leidde tot de dood van tientallen onschuldigen. De benoeming van deze fantasten is daarom een klap in het gezicht van de vele slachtoffers van Asala en JCAG.   

In de leugenverhalen die deze volksidioten promoten, komen nimmer de dood van tienduizenden (zo niet honderdduizenden) door Armeense slagers omgebrachte Turken en Koerden aan bod. Daarom is hun benoeming tot ‘wijze man’ een grote blamage voor de nagedachtenis van deze slachtoffers.


Wednesday, April 3, 2013

Britse steun aan de Armenen in de 1890’s



In de 19e eeuw rukte Rusland steeds verder op naar het zuiden. Daarbij werden de handelsbelangen van het Britse Rijk bedreigd. Om de Russische dreiging te stuiten, mengde Groot-Brittannië zich daarom in de regio. Het begon daarbij de Armeense streven naar een eigen staat in Oost-Anatolië als een optie te zien. Zo’n Armeense staat kon namelijk dienen als een buffer tegen de opmars van de Russen.

In 1878 kreeg Rusland de Turkse Kars-regio in handen.

Behalve economisch-politieke redenen had Groot-Brittannië ook een religieus motief om zich in deze contreien te storten. De Britse regering werd destijds gerund door fervente Turkenhaters. Voor hen was het een doorn in het oog dat medechristenen er onder Turkse moslimbestuur stonden.

Zoals de invloedrijke politicus William Gladstone. Die had in de tweede helft van de 19e eeuw de Britse politiek gedomineerd (vier keer premier geweest). Al vanaf halverwege de 1870s was zijn afkeer tegen de Turken bekend. Hoe hij de Turken in 1876 omschreef spreekt boekdelen:
“…Zij waren, vanaf de eerste zwarte dag dat zij Europa betraden, één groot antimenselijke soort.”

William Gladstone, het gezicht van het kwaad.

Een andere anti-Turkse politicus die zich deed gelden was James Bryce*. Hij had bijvoorbeeld de machtige pro-Armeense lobbygroep Anglo-Armenian Association opgericht waar vele parlementsleden en andere politici lid van waren. 
* We zullen deze James Bryce als Lord Bryce weer tegenkomen in de Britse anti-Turkse oorlogspropaganda uit WO1.

In de 1890's heerste er in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië een ware anti-Turkse hysterie. Die werd door Britse (en Amerikaanse) kranten aangewakkerd en in stand gehouden met publicatie van ene na andere verzonnen verhalen van wrede Turken en moslims (geen wonder overigens: correspondenten kregen alleen betaald als ze gruwelverhalen uit Anatolië opstuurden).

De Britse staat werkte via officiële publicaties mee in deze anti-Turkse campagne tegen het Ottomaanse rijk. Zij publiceerde daartoe de zogenaamde 'Blue Books'*. Daarin werden op basis van geruchten en roddels van diplomaten, de sultan en de Ottomaanse moslimbevolking aansprakelijk gesteld voor de gewelddadigheden van die periode (zie de serie ‘De Hamidiye massacres).
Ook deze publicatie zullen we in de Britse oorlogspropaganda uit WO1 tegenkomen.

Dat er hier propaganda bedreven werd is duidelijk. Het Ottomaanse Rijk had immers geen belang bij om met gewelddadigheden tegen de Armeense lievelingen van haar machtige vijanden, zoals de Britten, de aandacht te trekken. Daarvan maakten de Armeense extremisten juist gebruik met hun bloedige acties in de 1890's. 

Wednesday, March 27, 2013

De processen TIJDENS de Eerste Wereldoorlog



In de Armeense kwestie is er nog een bijzondere gebeurtenis die onze aandacht waard is.

Het betreft de juridische vervolging van personen die misdaden tegen Armenen hadden gepleegd. Ik heb het niet over de 1919-20 processen, maar die tijdens de Eerste Wereldoorlog werden gehouden. 

Professor McCarthy heeft deze processen besproken in een lezing (http://vimeo.com/17783050). In die video zien we een kaart met daarop in welke Anatolische regio’s die processen hebben plaatsgehad (op 1:15).



Er werden dus door het Ottomaanse Rijk tijdens WO1 bijna 1400 veroordelingen uitgesproken omdat personen één of andere wet overtraden tegen Armenen. Behalve gevangenisstraffen kregen sommigen ook de strop.

De documenten over deze processen zijn te vinden in de Ottomaanse archieven. Armenen en hun aanhangers zijn oordovend stil over deze processen.

Begrijpelijk natuurlijk. Omdat dit gedrag van de Turken een genocide uitsluit (doe je voorstellen: nazi's die mede-nazi's massaal berechten omdat ze joden vervolgen of vermoorden).